Завантаження...

Dutch 1 gulden back.JPG
 

 

 

This photo was viewed 1 times and was downloaded in full size 0 times.

This photo was liked 0 times

Source page: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tropenmuseum_Royal_Tropical_Institute_Objectnumber_60006448_Woonhuis_op_de_plantage_Catharina_Sop.jpg

Summary

Description
Nederlands: Foto. suikerplantage Catharina Sophia aan de Saramaccarivier

volksnaam "Soekroegron" = suikergrond linkeroever bij het afvaren volgorde bij het afvaren: Anna Maria, Catharina Sophia, Judashoop

ligging van Catharina Sophia. Detail van de kaart van Bakhuys — de Quant, 1930.

Wie Catharina Sophia zegt, zegt Staatsolie. De plantage was tot voor kort een der belangrijkste productiecentra van het bedrijf. Maar Catharina Sophia heeft natuurlijk een geschiedenis die veel verder teruggaat dan Staatsolie. Om die oude geschiedenis te onderzoeken bezochten Philip Dikland, Stephen Fokke en Kenneth Donk de plantage. Staatsolie gaf alle medewerking, en het onderzoeksteam werd namens het bedrijf begeleid door Patrick Brunings. Staatsolie is een high-tech bedrijf, maar voor het onderhoud van de installaties is heel wat low-tech veldwerk nodig. De pompen moeten worden vrijgehouden van onkruid, de sloten moeten schoon zijn. Staatsolie heeft deze job uitbesteed aan speciale contractors. De gebroeders Sarwan en Rajinderkoemar Binda van Tijgerkreek werken bij zo'n contractor. Zij kennen vanwege hun job iedere vierkante meter van het terrein en fungeerden daarom als gidsen.

gidsen: gebroeders Binda

Zonder enige moeite leidden zij het team naar de plek waar vroeger het bedrijfsemplacement van de plantage is geweest. Daar staat midden in het bos nog een complete suikerpers genummerd 475, in het jaar 1862 vervaardigd door de firma Mirrlees & Tait, ingenieurs te Glasgow. Het is een groot en zwaar apparaat, nog een graadje zwaarder dan de pers van plantage Hooyland aan de Commewijne. Maar Catharina Sophia was in die tijd dan ook de grootste suikerplantage van Suriname. De pers werd gevoed middels een riettransporteur, waarvan de tandwielen en kettingen nog deels aanwezig zijn. De bijbehorende stoommachine is er niet meer. Ook de suikerkookinstallatie is allang verdwenen. Wel werden in de kanalen nog "pondo's" gevonden, waarmee vroeger het riet naar de fabriek werd gebracht. Verder waren er overal losse bakstenen en dakpannen, maar geen complete funderingen. Ook de sluizen zijn in de loop der tijd afgebroken.

chronologie :


1797 - Jurriaan Francois de Friderici. 1821 - boedel J. F. De Friderici 1830 - Particuliere West Indische bank (van Stipriaan, p. 239 e.v) 1843 - gouvernementsplantage (encyclopedie West-Indie, p. 198) 1844 - innovatie 1857 - C.J. Hering 1863 - emancipatie 1864 - familie Desse. 1866 - 1869 B.A. Desse 1869 - 1880 dr. Eth. Desse 1890 - F.W. van Ghert q.q. 1896 - P. Van de Broek q.q. 1902 - W. Van Genderen 1914 - 1928 Arthur Haas (eigenaar v. pl. Catharina Sophia) 1927 - A. Haas (beheerder pl. Geyersvlijt & Catharina Sophia) 1931 - J.D. Fernandes, beheerder 1908 - W. Van Genderen (almanak 1908) 1880 - 1960 1980 - heden — Staatsolie maatschappij Suriname nv. 1797 - Jurriaan Francois de Friderici. De grootschalige uitgifte van de percelen aan de Saramaccarivier vond plaats in de periode 1797 - 1801 onder gouverneur de Friderici. Met de Fortresse Groningen als centrum, tekende de gouvernementslandmeter Böhm een verkaveling van 240 plantages. Men had inmiddels geleerd de gronden smal en diep te projecteren, zodat een maximaal aantal planters kon worden gehuisvest. De projectkaart van Böhm is verloren gegaan, maar Moseberg copieerde in 1801 het plan van Böhm op zijn kaart. De uitgifte bleek minder succesvol dan verwacht. Het politiek klimaat was onrustig, Suriname was tijdelijk bezet door Engeland. Ook het economisch klimaat was verre van gunstig. Sedert de grote krach van 1770 was er weinig vertrouwen in de Surinaamse plantage-economie. Wel kwam enig kapitaal en initiatief vanuit Engeland, maar toch te weinig om het grootschalige plan te doen slagen. De uitgegeven gronden werden nauwelijks in productie genomen, wel werd getracht ermee te speculeren. Van de ongeveer 200 gronduitgiftes werd op ongeveer 20 een plantage aangelegd, de overige werden gebruikt als houtgrond of bleven onbewerkt moerasbos. Net zoals bij vorige uitgiftes is er met de regels de hand gelicht. Gouverneur de Friderici kende aan zichzelf en zijn gezin 29 gronden toe, waarvan een aantal al snel werd doorverkocht. Speculatie lijkt hier het oogmerk te zijn geweest. Maar op de overige gronden legde de Friderici wel plantages aan. Hij was een der actiefste en vooruitstrevendste planters in de kolonie. De percelen no. 131, 133 en 135, de latere plantage Catharina Sophia, werden in 1797 uitgegeven aan de gouverneur van Suriname Juriaan Francois de Friderici. Hij vernoemde de nieuwe grond naar zijn echtgenote, Catharina Sophia Bake (of Back) (1747-?).

1821 - boedel J. F. De Friderici Catharina-Sophia produceerde suiker. De directeur op de plantage was J. Langman. De directie was in handen van F. Beudeker, J. E. van Onna en J. C. Muller.

1830 - Particuliere West Indische bank (van Stipriaan, p. 239 e.v) In 1829 werd de Particuliere West-Indische bank (PWI-bank) opgericht, met als doel o.a. een stimulans te geven aan de plantagelandbouw. Feitelijk was de PWI een overheidsbank, en haar werkkapitaal kwam uit een Nederlands overheidsfonds. Catharina Sophia was een van de plantages die in staat werden gesteld een hypotheeklening af te sluiten. De eerste lening bedroeg F 180.000,-. Catharina Sophia bleek niet in staat de lening af te lossen, en werd in 1833 voor de som van de schuld door de bank ingekocht. (enc. WI, p. 198) Ook andere plantages onderginen dit lot. In 1843 was Catharina Sophia was een middelgrote suikerplantage van 2000 akkers met 228 slaven. G. Ellis was de directeur op de plantage, en de administratie was in handen van H. Kamerling H, de commissarissen der Particuliere W.I. bank, en J. Zaal.

1843 - gouvernementsplantage (encyclopedie West-Indie, p. 198) In datzelfde jaar 1843 werd de plantage overgenomen door de overheid. Deze wilde van CS een modelplantage maken, met een hoog rendement dat met behulp van de nieuwste technieken zou worden bewerkstelligd. De plantage zou dienen als een voorbeeld dat door particulieren kon worden nagevolgd. In 1844 werd daartoe een ultramoderne centraalfabriek van het type Derosne en Cail geinstalleerd. De plantage groeide uit tot een enorme onderneming. In 1850 telde de slavenmacht 640 koppen. In 1857 waren er zelfs 720 slaven plus nog een aantal contractarbeiders (Hering, 1858). In de jaren 1854-58 produceerde de plantage circa 587 ton suiker per jaar. Toch, om verschillende redenen werd deze fabriek een mislukking, en in plaats van winst draaide de plantage met verlies, die opliep tot driekwart miljoen gulden. In 1864 werd de plantage verkocht.

De gouvernements-suiker plantage Catharina Sophia, 1863. J.F.A. Cateau van Rosevelt.


1844 - innovatie De grootste uitdaging voor de suikerindustrie van het begin van de 19e eeuw was de verbetering van het suikerproductieproces. Het jamaica-train proces van suikerbereiding in open ketels was inefficient en energieverspillend. Men zocht naar betere methoden. Grenada, Marian-St.George estate. Suikerproductie in open ketels op een stenen tunnelfornuis, het z.g. "Jamaica train" proces. Fotograaf Michael Jessamy, conservator Grenada museum., 1986.

De uitvinding van de vacuumpan door Edward Charles Howard in 1812 was de eerste aanzet. Howard had de pan ontwikkeld voor de producenten van witte suiker. De pan was feitelijk een met deksel hermetisch gesloten vat, waarin de suikeroplossing onder lage druk werd gekookt. Door de drukverlaging wordt het kookpunt verlaagd en is dus minder energie nodig. Het water verdampt en wordt afgevoerd, en de suikerkristallen blijven achter. Het suikerwater wordt gelijkmatig aan de kook gebracht door een buizenstelsel in de oplossing, waardoorheen stoom wordt geperst. In Guyana werd het toestal van Howard geïntroduceerd in 1837. In 1845 waren 6 plantages ermee uitgerust, en men was tevreden over de — verbeterde — kwaliteit van de suiker.

Howard's vacuumpan

In het proces van Howard werd het verdampte water afgevoerd, en niet verder gebruikt. Feitelijk is dit energieverspilling, want in de waterdamp is veel van de energie van de stoom opgeslagen. Na afloop van Howard's patent werden er daarom verschillende pogingen ondernomen om het proces energie-efficienter te maken. Omstreeks 1837 presenteerden de franse industriëlen Charles Derosne en Jean Francois Cail hun systeem "a double effect". Zij gebruikten de afgewerkte waterdamp om middels een warmtewisselaar nieuwe suikerstroop op te warmen, voordat deze in de vacuumpan kwam. Het systeem Derosne & Cail was een tijdlang het meest geavanceerde ter wereld.

Warmtewisselaar volgens het systeem van Derosne & Cail (midden). Links wordt middels een pomp nieuwe suikerstroop toegevoerd, en rechts wordt de afgewerkte waterdamp van de vacuumpan (geheel rechts) ingebracht. Het zal duidelijk zijn dat de stroop zuiver moet zijn om inwendige aanslag op het leidingwerk te voorkomen. Deze werd daarom gezuiverd in speciale filters, eveneens een uitvinding van D&C.

Opgericht in 1812, heeft de firma Derosne & Cail baanbrekend werk verricht bij de industrialisatie van de suikersector. Vanaf ca. 1835 bood zij haar klanten een geïntegreerd totaalpakket aan, vanaf de eerste pers tot de laatste centrifuge. Het waren grote fabrieken, omdat slechts een grote productie de investeringen rendabel kon maken. Zo ontstond het systeem van de centraalfabriek, waar de rietverwerking van alle omliggende plantages plaatsvond. In het caribisch gebied werd het systeem als eerste geïntroduceerd op de franse kolonieen Guadeloupe en Martinique. In 1843 - na de grote aardbeving op Guadeloupe — werden daar 4 centrale fabrieken opgezet volgens het nieuwe systeem. Het systeem van Rillieux bestond nog niet, en de geavanceerde warmtewisselaars van D&C waren op dat moment de modernste ter wereld. Ook in Suriname vond het systeem navolging, en werd een fabriek van D&C opgezet op de gouvernementsplantage Catharina Sophia. Dat was in 1843. Maar aan het systeem kleefden ook nadelen. Het systeem verkeerde feitelijk nog in een experimenteel stadium, en het totaalpakket van D&C bevatte nog zwakke schakels. En de begeleiding van D&C was ronduit slecht, zowel tijdens de montage als in de productiefase. Reserve-onderdelen lieten lang op zich wachten. De fabriek te Catharina Sophia is uiteindelijk een fiasco geworden. De installatie schijnt ongeveer 1 miljoen gulden te hebben gekost, maar heeft nooit voldaan, en werd na enkele jaren zelfs onherstelbaar stukgedraaid. De plantage, eigendom van de overheid met de bedoeling er een modelplantage van te maken, is nooit uit de rode cijfers gekomen. (Stipriaan, A. van, Surinaams Contrast, 1993 p. 250 ; Hering 1858 II 80-1). De totale schuld bedroeg op een gegeven moment driekwart miljoen gulden. Deze schuld werd uiteindelijk afgeschreven, waarna de plantage in de jaren 1854-58 een redelijke winst draaide van F 20.000,- per jaar.


1857 - C.J. Hering Christiaan Johannes Hering (1829-1907) begon zijn carriere in Suriname als een verzamelaar van zoologische en botanische specimens voor een Frans museum. Daarna werkte hij als secretaris voor het gouvernement. Hij heeft een bescheiden ambtelijke carriere gemaakt en was o.a. hoofdcommies der belastingen. Hij ontwikkelde zich — via zelfstudie en praktijk — tot een all-round landbouwkundige. Hij was als gezagvoerder op Catharina Sophia belast met de suiker- en rumproductie, en schreef enkele boeken over het onderwerp. Later onderzocht hij het verwerkingproces van kokosnoten tot olie en kokosbast. Tot zijn dood in 1907 was hij actief betrokken bij het landbouwgebeuren, en bleef hierover artikelen publiceren. Omstreeks 1872 was Hering tevens plantageeigenaar. Maar Hering is het meest bekend vanwege zijn prestaties als archeoloog. Hij was feitelijk de eerste Surinamer die dit vak (in zijn vrije tijd) beoefende. Hij stuurde tussen 1860 en 1880 regelmatig pre-columbiaanse vonsten naar het rijksmuseum van oudheden te Leiden. In 1887 ontdekte hij de Burnside terp, hoewel hij het kunstmatig karakter van de heuvel niet doorgrondde. C.J. Hering


1863 - emancipatie Ten tijde van de emancipatie werkten op de plantage 407 slaven, en daarnaast ook nog een klein aantal contractanten. De Surinaamse familienamen Kraag, Veldman, Koornaar, Palmtak en Zeeuw origineren van de plantage. De plantage wel voor in de emancipatieregisters, maar niet in de bijbehorende eigenarenregisters. Aan de overheidsplantages werd immers geen "tegemoetkoming" uitgekeerd.

1864 - familie Desse. Op de plantage is thans nog aanwezig een grote suikerpers die in 1862 werd vervaardigd en waarschijnlijk in 1863 op de plantage werd opgesteld. De bijbehorende vacuumpaninstallatie is verdwenen, maar men mag aannemen dat de kapotte installatie van Derosne en Cail was vervangen door een moderner systeem. Gouvernementsplantage Catharina Sophia was in 1863 weer opgewaardeerd tot een ultramoderne plantage met nieuwe machines. En het jaar daarop werd de plantage verkocht ! Erg logisch lijkt dat niet, maar overheden bewandelen soms mysterieuze wegen. Voor de koper, de familie Desse uit Nickerie, was het natuurlijk een buitenkansje. De familie Desse was de rijkste familie van Nickerie, met grote belangen in zowel Coronie als Nickerie. Over het lot van Catharina Sophia na de verkoop is nog niet zoveel bekend. Op een gegeven moment werd de plantage omgezet op koffie en cacao. De suikerfabriek werd bij delen gedemonteerd en verkocht, totdat alleen de suikerpers was overgebleven. vanaf 1853 - contractarbeid

In october 1853 arriveerde de allereerste groep van 14 contractarbeiders op de plantage. Het waren op Java aangeworven Chinezen. Zij werden tewerkgesteld als suikerkokers en veldarbeiders. Na afloop van hun 3-jarig contract vertrokken zij weer naar Java, met uitzondering van 3 personen, die aanbleven als tolk voor volgende groepen. Naast deze chinezen arriveerden ook enkele arbeiders uit de regio, o.a. Berbice. Na de emancipatie in 1863, werd een veel groter aantal contractanten aangeworven. In 1866 arriveerde een tweede groep chinese arbeiders, ditmaal in China aangeworven, en daarna in 1872 nog een derde groep. Deze derde groep kwam niet uit China ; zij arriveerden vanuit Nickerie met het schip "Eleanor Desse". Blijkbaar waren zij door hun werkgever, de familie Desse, die een aantal plantages in Nickerie bezat, naar Catharina Sophia gestuurd, welke plantage eveneens eigendom was van de familie. In totaal heeft de plantage 108 chinese arbeiders geworven. Tussen 1873 en 1931 arriveerden 320 hindustaanse en 245 javaanse contractarbeiders op de plantage. De gezagvoerders in die tijd waren:


1866 - 1869 B.A. Desse 1869 - 1880 dr. Eth. Desse 1890 - F.W. van Ghert q.q. 1896 - P. Van de Broek q.q. 1902 - W. Van Genderen 1914 - 1928 Arthur Haas (eigenaar v. pl. Catharina Sophia) 1927 - A. Haas (beheerder pl. Geyersvlijt & Catharina Sophia) 1931 - J.D. Fernandes, beheerder De plantage Catharina Sophia, September 1878, Arnold Borret Arnold Borret bezocht in 1878 samen met monseigneur Schaap de plantage en legde deze vast in 3 tekeningen. "... Op Catharina Sophia, waarvan de Doctor Alfred Desse eigenaar was, verbleven zij drie volle dagen, en des zondags heeft Mgr. er voor de geloovigen mis gedaan en gepreekt ..." (NB: er is ook een aquarel van D.W.I. Esser, 1828 "Pl Catharina Sophia zoo als dezelve zich bevond op den 3 november 1828 onder directie van den Edele Manhafte Heer H. Muller" (scheepvaartmuseum Amsterdam)

1908 - W. Van Genderen (almanak 1908) Catharina Sophia produceerde cacao, koffie en rijst. Op de plantage werkten 183 arbeiders. Overigens werd op alle omliggende plantages eenzelfde hoeveelheid product geoogst met 3 x minder personeel. De eigenaar van de plantage was de "cultuur maatschappij Catharina Sophia". Agent in de stad was P. Van den Broek, maar ook W. Van Genderen wordt wel genoemd als vertegenwoordiger / eigenaar.

1880 - 1960 Ex-contractanten hadden het recht op repatriatie, en indien zij daarvan afzagen verkregen zij een stuk grond om zelfstandig de landbouw te beoefenen. Dit systeem gaf een grote impuls aan de z.g. "kleine landbouw". Op een aantal plaatsen in het land kocht de overheid tot dit doel oude plantages op die zij vervolgens verkavelde voor de kleinlandbouw, de z.g. "vestigingsplaatsen". In Saramacca was dit niet nodig : daar was nog veel overheidsgrond (immers de plantages waren er slechts in gering aantal), en de kleine landbouwers kregen onontgonnen gronden rechtstreeks aan de rivier toegewezen. Langzamerhand ontstond zo een langgerekte strook landerijen langs de rivier, die bij afwezigheid van een weg onderling slecht verbonden waren. Het hoofdproduct was rijst. In alle districten zorgde de overheid voor enige faciliteiten voor de centrale verwerking van de padi ; op een aantal locaties werden droogvloeren aangelegd, gecombineerd met kleine pelmolens en voorraadschuren. O.a. te Calcutta is nog zo'n voorraadschuur te zien. In de dertiger jaren werd de weg vanaf Paramaribo via Uitkijk naar Groningen aangelegd. In 1940 werd het wegvak Groningen — Carl Francois opengesteld. De verbinding van het district Saramacca met Paramaribo was nu aanmerkelijk verbeterd, Paramaribo kon in een halve dag worden bereikt. In de zestiger jaren werd de Oost-West verbinding door het district aangelegd, met aanvankelijk een stoepenveer bij de Saramaccarivier. In de zeventiger jaren werd de weg geasfalteerd, en het veer vervangen door een brug. De tocht naar Paramaribo duurt thans nog slechts een uur. Geleidelijk aan werden de kampongs op de plantages en de gronden langs de rivier verlaten, en de bevolking vestigde zich langs de weg. Langzamerhand ontstond er daar een lintbebouwing met enkele kleine dorpskernen. Is CS verkaveld geweest ???


1980 - heden — Staatsolie maatschappij Suriname nv. In 1980 kwam een nieuwe economische motor op gang. In dat jaar werd de Staatsolie Maatschappij Suriname n.v. opgericht, met als enige aandeelhouder de Surinaamse overheid. De maatschappij begon in 1982 te Catharina Sophia met de exploitatie van het Tambaredjo olieveld, dat thans (2002) nog een reserve heeft van 110 miljoen barrels. In 1997 werd op het naburige Calcutta een kleiner olieveld ontdekt, met een capaciteit van 10 MMBLS. Het Tambaredjo veld begint in Catharina Sophia en loopt tot de Josikreek, en gaat dan noordwaarts onder de rivier naar de plantages aan de andere zijde langs de Larecoweg. Daar is een productiecentrum te Sara Maria. Inmiddels is het hoofdkantoor van de onderneming te Saramacca verhuisd van Catharina Sophia naar Sara Maria. Tot 1997 werd alleen ruwe olie geproduceerd ("Saramacca crude") die — gelukkig voor Staatsolie — zonder verdere raffinage kan worden gebruikt als brandstof voor zware motoren.. In 1997 werd te Tout-Lui-Faut aan de Surinamerivier een eigen raffinaderij opgezet, met een capaciteit van 7000 barrels per dag. Het jaar daarop werd een pijpleiding gelegd tussen Sara Maria en Tout-Lui-Faut, waardoor het omslachtige tankertransport kwam te vervallen. De producten (diesel, HVGO, stookolie en asfalt) worden grotendeels lokaal afgezet, en voor de rest naar de regio geexporteerd. Vanaf het prille begin wordt de succesvolle onderneming geleid door de geoloog drs. S.E. ("Eddy") Jharap. In 1981 begon het bedrijf met 5 werknemers. De maatschappij telt thans (2002) 640 werknemers en produceert 12.000 barrels per dag.

Bronnen boeken en artikelen internet archief dienst der domeinen Bronnentop ^boeken en artikelen1.1 - encyclopedie Nederlandsch West-Indie - 1917 p.198 - gegevens Catharina Sophia 1.2 - Andre Loor Verbonden, suriname en DSB, 1865-1990 - uitg. DSB, 1990 o.a. gegevens over de aanleg van het wegennet

1.3 - Aad H. Versteeg Suriname voor Columbus — Paramaribo 2003 De gegevens over C.J. Hering zijn uit dit boek afkomstig.


top ^internet2.1 - Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. - database emancipatieregisters 1863 2.2 - Maurits Hassenkhan e.a. - databases Chinese, Hindustaanse en Javaanse immigratie

2.3 - www.staatsolie.com - informatie staatsolie

2.4 - www.parbo.com/staatsolie/journey.html - lezing Eddy Jharap ter gelegenheid van de 29e verjaardag van de ADEK universiteit. Uitstekende beschrijving van de beginjaren van Staatsolie en de gehanteerde werkmethode.


top ^archief dienst der domeinen1797 - resolutie Alzoo Juriaan Francois Friderici planter in deese colonie aan ons heeft te kennen gegeeven dat hij gaarne ter culture en aanleg van een plantagie zoude wenschen te bezitten 3 perceelen land aan 't rivier van Saramacca geleegen en waarvan reeds door ons eenige landerijen zijn uijtgegeeven geworden. Soo is 't dat wij hebben goedgevonden te vergunnen en concedeeren aan Juriaan Francois Friderici omme in allodialen eijgendom op te neemen en erffelijk te mogen bezitten 3 stukken land geleegen aan 't rivier Saramacca aan de regterhand in 't opvaaren op de generale schetskaart daarvan zijnde bekend onder no. 131, 133, 135 ter grote van 1500 akkers met eene face van 60 kettingen, ende zulx onder de navolgende voorwaarden en conditien. In de eerste plaats dat hij de adprobatie op deze warrand met bijvoeging van een kaart figuratief der strekkingen en belendingen binnen zes maanden van het Committe tot de zaken der colonien en bezittingen van de Bataafsche Republicq in America en op de kust van Guinea zal versoeken en deese adprobatie binnen zes maanden na dat 't zelve verleend zal weesen aan ons zal moeten exhibeeren. Dat hij daarenboven dit verkreegen land behoorlijk zal doen uijtmeeten en daarvan laaten vervaardigen vier evengelijke kaarten die binnen een jaar na dato deeses aan ons ter adprobatie zullen moeten werden gebragt, en zullen dienen één voor het Committe voornoemd, één voor ons, één om neffens deze warrand ter secretarij deezer colonie te werden geregistreerd, en één voor hem zelve, op straffe van ten behoeve van het 't militaire hospitaal alhier te zullen verbeuren de somma van vijftig guldens voor iedere maand dat hij na dezen bepaalde termijnen aan een der voorschreeven verpligtingen zal zijn gebleeven ingebreeken. In de tweede plaats dat hij zijne erven of regt verkrijgenden, van dese vijftien honderd ackers land zal moeten betaalen vijf jaaren na het verleenen van deese warrand eene recognitie van vijf en twintig stuijvers hollands geld per acker welke recoqnitie zal plaats vinden twee agter een volgende jaaren en vervolgens eene recoqnitie of canongeld van twee stuijvers per acker ieder jaar aan den ontfanger der inkomende en uitgaande regten in der tijd 't zij het zelve land bebouwd en gecultiveerd werd of niet en zo vervolgens jaarlijks op den eersten dag van het verleenen van deze warrand en dat op poene dat ingevalle dezelve recognitie of canon geld binnen drie maanden na den vervaldag telkens niet voldaan was hij zijne erven of regtverkrijgende zullen moeten betalen het dubbeld van dien en alszo inplaatse van vijf en twintig en twee stuijvers en vijftigh en vier stuijvers en waarvoor hij zijne erven of regtverkrijgende paratelijk zullen mogen moeten werden geexecuteerd. In de derde plaats dat hij zijne erven of regt verkrijgenden de voornoemde vijftien honderd ackers niet zullen mogen verkopen, verhandelen, wegschenken ofte op eenigerlij wijze van meester te doen veranderen tenzij bij versterff of insolventie als nadat den tijd van tien jaaren na de dagteekening van dit warrand zal zijn verstreeken, zonder daarvoor in de cassa der inkomende en uijtgaande regten alhier te betaalen een recognitie van vijf en twintig stuivers per acker eens zonder meer. In de vierde plaats dat hij een terrain van ses en sestig voeten zal moeten laaten onbewerkt aan het rivier blijvende zulx in den eijgendom van het Committe tot de zaken der colonie agter welke ses en sestig voeten hij zal moeten onderhouden een ordinair land en reijweg langs 't rivier ter breedte van twintig voeten welke aan die van de buuren aan sluiten moet zullende 't aan hem niet te min gepermitteerd zijn aan dezelve zijne landings plaats te mogen maken en gebruiken mitsgaders door deselve 't mogen graven zodanige slooten of trensen als hij nodig zal oordeelen tot lozing van zijn opgenomen land mits dat deselven worden voorsien van goede en suffisante bruggen zoals tot eene bequame land en reijweg wordt gerequireerd. In de vijfde plaats dat terwijl het in het vervolg soude kunnen voorkomen dat dit perceel tot defensie van de colonie tot Communicatie van de onderscheidene districten van deselve tot 't maken van canaalen weegen ofte tot andere voor het algemeen noodsakelijke eindens zoude dienen te worden gebruikt het ten allen tijden aan het Committe tot de zaken der colonien vrij zal staan van het zelve het zij geheel often deelen tot zulke eindens bezit ten neemen mits egter dat hij zijne erven of regtverkrijgende worden gededomageerd volgens eene taxatie te doen door iemand van weegens het committe voornoemd en door iemand van zijnen 't weegen de welke weegens de taxatie niet eens kunnende worden een derde persoon tot meede taxateur zullen eligeeren. In de zesde plaats dat hij sijn erven of rechtverkrijgenden in tijden van oorlog gehouden zullen zijn op de eerste requisitie van den gouverneur generaal in den tijd drie bequaame schutternegers op de Fortresse plaats Marquette ofte op zodanige andere plaats als aan de rivier gelegd mogte worden te leeveren en welke hij zal hebben te voorsien met agt dagen drooge of groene kost en waarvoor hem zal worden betaald de huur door de regeering voor commando slaven. In de zeevende plaats dat hij verpligt zal zijn binnen den tijd van twee jaaren na 't verkrijgen der adprobatie hiervoren gemeld een gedeelte van het land in polder te leggen daarop te stellen een huijs behoorlijk aanstaalte tot cultuure te maken en daar op bij continuatie te houden ten minsten een getal van vijftien stux slaven die bij 't effect zullen moeten zijn en blijven geaffecteerd mitsgaders aan geen andere effecten mogen zijn verbonden. In de achtste plaats dat hij niets zal vermogen te onderneemen tot nadeel der vrije indianen ofte eenige vorige concessien, nogte ook de natuurlijke creecquen die door dit land mogten loopen toe te vallen of te stoppen, maar dezelve open en vrije zal laaten blijven om door een ieder te worden bevaaren. In de negende plaats dat 't regt van naasting aan den landsheer in geval van verkoop ten allen tijden zal zijn competeerende en blijven gereserveerd. En laatstelijk in de tiende plaats dat hij copie van dit warrand aan de Heer Eerste Raad Fiscaal der colonie tegens recepis zal moeten ter hand stellen en dit recepis annexeeren bij zijn requeste ten fine van adprobatie aan den landsheer te presenteeren. Alles op poene dat ingevalle hij, sijne erven of regt verkrijgenden, aan alle de stipulatien in dezen vermeld / uijtgezondert die bij 't eerst en tweede articul staan uijtgedrukt als waar voor bijzondere boetens zijn vastgesteld / niet en voldoet, hij de facto en buijten form van proces van deeze concessie zal zijn vervallen en worden gepriveerd, zonder dat hij ten teegendeele eenige delaijen, exceptien of andere middelen van regten hoe genaamt zal vermogen te gebruijken, en dat dit land zelve verstaan zijn te zijn geretourneerd in den boesem van het Committé tot de zaken deser colonie voormeld omme daarmeede te handelen zoals hetzelve zal vermeenen te behooren. Aldus gedaan en met ons zegel bekragtigd alhier aan Paramaribo desen 16 december 1797 / was getekend / J: F: Friderici / onderstond / ter ordonnantie van de heer gouverneur / en getekend / A. H. V. Heerdt secretaris nevens appositie van 't zegel van de heer gouverneur in een roode ouwel met een papiere ruijt overdekt accordeert met sijn origineel Levij Davids gesw: clercq top

bron: nationaal archief Suriname. Woonhuis op de plantage Catharina Sophia in de omgeving van Paramaribo te Suriname
Date circa 1928(1928)
Source Tropenmuseum
Author Fotostudio 'Augusta Curiel' (Fotograaf/photographer). niet bekend / unknown (Fotograaf/photographer).

Licensing

Tropenmuseum - Logo zonder tekst.svg This file was provided to Wikimedia Commons by the Tropenmuseum as part of a cooperation project. The Tropenmuseum, part of the Royal Tropical Institute, exclusively provides images that are either made by its own staff, or that are otherwise free of copyright.

??????? | Dansk | Deutsch | English | Español | Français | Magyar | Bahasa Indonesia | Italiano | ?????????? | ?????? | Plattdüütsch | Nederlands | Polski | Português | ??????? | +/?

w:en:Creative Commons
attribution share alike
This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.
Attribution: Tropenmuseum of the Royal Tropical Institute (KIT)
You are free:
  • to share – to copy, distribute and transmit the work
  • to remix – to adapt the work
Under the following conditions:
  • attribution – You must attribute the work in the manner specified by the author or licensor (but not in any way that suggests that they endorse you or your use of the work).
  • share alike – If you alter, transform, or build upon this work, you may distribute the resulting work only under the same or similar license to this one.



Licensing:
Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported

Comments

Only registered users can post comments. Please login



EXIF data:
File name dutch_1_gulden_back.jpg.jpg
Size, bytes 130606
Mime type image/jpeg
Image input equipment manufacturer Canon
Image input equipment model Canon DIGITAL IXUS 70
Orientation of image 6
Image resolution in width direction 180/1
Image resolution in height direction 180/1
Unit of X and Y resolution 2
Exposure time 1/400
F number 28/10
ISO speed rating 80
Compressed bits per pixel 3/1
Exif version 0220
Lens focal length 5800/1000
Date and time original image was generated 2007:07:19 18:15:04
Date and time image was made digital data 2007:07:19 18:15:04
Meaning of each component 
Shutter speed 277/32
Aperture 95/32
Exposure bias 0/3
Maximum lens aperture 95/32
Metering mode 5
User comments
Supported Flashpix version 0100
Color space information 1
Exif image width 640
Exif image length 480
InteroperabilityOffset 3334
Focal plane X resolution 640000/225
Focal plane Y resolution 480000/169
Focal plane resolution unit 2
Sensing method 2
Digital zoom ratio 3072/3072
Interoperability index R98
Interoperability version 0100
Type of image IMG:DIGITAL IXUS 70 JPEG
Firmware version Firmware Version 1.01
Image number 1000040
The images at Free-Photos.biz come mainly from Wikimedia Commons or from our own production. The photos are either in the public domain, or licensed under free linceses: Free-Photos.biz license, GPL, Creative Commons or Free-Art license. Some very few other photos where uploaded to Free-Photos.biz by our users and released into the public domain or into free usage under another free license (like GPL etc.)

All photos in average size can be saved by everyone without registration (by right-clicking) - and all photos can be downloaded in full-size and without the big watermark by members (by left-clicking) (registration and free membership required).

While the copyright and licensing information supplied for each photo is believed to be accurate, Free-Photos.biz does not provide any warranty regarding the copyright status or correctness of licensing terms. If you decide to reuse the images from Free-Photos.biz, you should verify the copyright status of each image just as you would when obtaining images from other sources.


The use of depictions of living or deceased persons may be restricted in some jurisdictions by laws regarding personality rights. Such images are exhibited at Free-Photos.biz as works of art that serve higher artistic interests.

christianity portal